|
RONDOM
HET WOORD
Goedemorgen
luisteraars.
Er
zijn mensen die zeggen: Ik heb er toch niet om gevraagd om geboren te
worden?
Er kunnen zich in een mensenleven dramatische dingen afspelen.
Sommige mensen zijn in hun vroegste jeugd al geknakt.
Geen wonder dat je dan vraagt: Wat heeft dit allemaal voor zin?
En: Waar was God toen?
Het
is misschien vreselijk goedkoop, maar ik kan daar gewoon geen zinnig
antwoord op geven. Het enige dat ik kan aangeven is, dat de Bijbel ons
vertelt dat het paradijs, waar
we allemaal naar verlangen, verloren is gegaan. Deze aarde is in de ban
gekomen van Satan, de koning van de duisternis. De aarde is daarmee het
strijdtoneel van Goed en Kwaad geworden. God heeft ervoor gekozen om
Satan niet meteen te verslaan door Zijn kracht. God verslaat de Boze met
de wapens van liefde en recht.
Jezus
Christus, Gods Zoon, is mens geworden om deze strijd te beslissen.
Op Golgotha werd Hij gekruisigd, maar tot het einde toe waren Zijn daden
barmhartig,
Zijn woorden vol troost, Zijn gedachten zuiver en rein: ‘Vader vergeef
hen, want ze weten niet wat ze doen’.
De dood van Jezus leek een definitieve nederlaag, maar bleek de
overwinning te zijn. Jezus heeft onschuldig de straf gedragen, voor alle
schuldige mensen, die hun heil bij Hem zoeken. Dat kwam op een
bijzondere manier aan het licht, doordat Jezus na drie dagen opstond uit
de dood. Jezus heeft de dood verslagen.
Hij heeft de dood overwonnen.
Ik
heb er niet om gevraagd geboren te worden. Vaak ben ik er blij mee en
kan ik van het leven genieten. Soms valt het me zwaar. Maar ik ben er
gewoon. Ik heb mijn eigen
plaats als mens. Dat is geen passieve rol. Wij mensen zijn
verantwoordelijk voor ons
doen en laten, ons spreken en denken.
Een mens moet voortdurend kiezen. We moeten een antwoord vinden
op de dingen die op ons af komen. Ieder mens is daarbij anders en
bevindt zich ook dikwijls in andere omstandigheden. We moeten allemaal
onze eigen
weg gaan.
Als het Woord van God ons bereikt, dan moeten we ook
antwoorden
tegenover God. Voor mij ligt hierin het diepst van mijn mens-zijn, dat
ik geleerd heb dat ik een schepsel van God ben.
Voor
mij betekent dit dat ik niet kan opgaan in een leven voor mijzelf
alleen. Ik heb het leven ontvangen om de Schepper te eren. Ik heb de
taak mede-mens te zijn voor de
ander en daarbij mag ik mijzelf zijn. Ik ben zeker niet volmaakt, ook ik
heb mijn beperkingen, mijn zwakheden en zonden. Maar wat ik gekregen
heb, mag ik delen. En juist de moeilijke perioden in mijn leven hebben
mij gevormd.
Met
Gods hulp kan elke ervaring van vreugde en verdriet een bepaalde
betekenis krijgen. Wij moeten leren het dienstbaar te maken voor een
ander. In een leven gericht op God
en medemens vindt de mens zijn bestemming. Jezus Christus wijst ons
daarin de weg.
Hij wil ons leiden en verzorgen, zoals een vader en een moeder.
Piet
Timmers
22-05-2008
<terug
|